rimon_uit_het_israel_museum.jpg
Bijbelse granaatappel
8e eeuw BCE. Collectie Israel Museum, Jeruzalem
De rammelaar en haar origine
Rammelaars treffen we aan als speelgoed en amulet bij de vroegst bekende beschavingen, zoals bij de Hittieten in Loeristan of het Egypte van de Farao's, evenals in Precolumbiaanse beschavingen.

De alomtegenwoordigheid van dit object in alle beschavingen en culturen heeft H. Keijser altijd geïntrigeerd, evenals de veranderende functie, vorm en betekenis van de rammelaar.

In zijn tekst voor de catalogus "Rinkelbel en rammelaar" in 1958 beschrijft H. Keijser de verschillende functies van de rammelaar door de eeuwen heen. De afwerende of bezwerende functie van de rammelaar, als bescherming, zien we onder meer terug in het gebruik van materialen als wolfstanden en bloedkoraal, die bijzondere afwerende werking werden toegekend. Alhoewel 'heidens bijgeloof' fel door de kerk werd bestreden, zie we dat na de Reformatie dat de rammelaar met inbegrip van afwerende materialen, belletjes en het motief van de granaatappel een weg naar de calvinistische burgerij vindt. Mogelijk houdt dit direct verband met de studie van het Oude Testament in deze kringen.

Een belangrijk onderdeel van Keijsers onderzoek vormt de Bijbelse origine van de rammelaar, die een sterke overeenkomst vertoont met de 'siertorens' of 'rimmoniem' (granaatappels) die in de joodse traditie de heilige wetsrol, de Tora, sieren. De granaatappel is al duizenden jaren een vruchtbaarheidssymbool en wordt bij herhaling in de Bijbel genoemd als één van de zeven vruchten waarmee het land Israel gezegend is (Deuteronomium 8:8). Het was een belangrijk motief in joodse kunst in de oudheid, zoals in de kapitelen van de Tempelzuilen (1 Koningen 7:42) evenals langs de onderzomen van de kleding van de Hogepriester(Exodus 28:33-34). De granaatappel had tevens een ceremoniële functie in de Tempeldienst.

De collectie Keijser omvat de totale geschiedenis van de rammelaar in al haar vormen en betekenissen en functies. Jaren van onderzoek en verzamelen zijn door H. Keijser nagelaten aan de Stichting Keijser. Keijsers onderzoek -dat helaas nog niet voor publicatie gereed was-, wordt in de komende jaren verder op deze website gepubliceerd.
contact | privacy | voorwaarden | colofon