rimon_uit_het_israel_museum.jpg
Bijbelse granaatappel
8e eeuw BCE. Collectie Israel Museum, Jeruzalem
De rammelaar en haar origine
De alomtegenwoordigheid van dit object in alle beschavingen en culturen heeft H. Keijser altijd geïntrigeerd, evenals de veranderende functie, vorm en betekenis van de rammelaar.

Rammelaars treffen we aan als speelgoed en amulet bij de vroegst bekende beschavingen, zoals bij de Hittieten in Loeristan of het Egypte van de Farao's, evenals in Precolumbiaanse beschavingen. Men denkt dat tijdens de vroegste beschavingen rammelaars waren gemaakt van gedroogde vruchten waarvan de zaden geluid maakten als de vrucht werd geschud. Het is dus niet verwonderlijk dat rammelaars uit de oudheid van aardewerk en brons ook de vorm van granaatappels nabootsen. Hoewel een rammelaar een klein speeltje was dat werd gebruikt om jonge kinderen af te leiden en te kalmeren, werd de rammelaar ook bezwerende en beschermende krachten toegekend. Men beschouwde het als een object dat kinderen kon beschermen tegen ziekte en tegenspoed. In een tijd dat het kindersterftecijfer hoog was en weinig remedies tegen kinderziekten bestonden, diende de rammelaar dan ook als amulet. Materialen zoals koraal, bergkristal en wolfstand werden niet alleen vanwege hun schoonheid in rammelaars verwerkt, maar ook vanwege de speciale, bovennatuurlijke krachten die aan deze kostbare materialen werden toegeschreven. De wolfstand symboliseerde bijvoorbeeld kracht en zou de energie van het dier naar het kind overbrengen en het zo beschermen tegen gevaar. Koraal was algemeen bekend als een middel dat het kwaad kon afweren en aan bergkristal werd een veelvoudige genezende werking toegekend. Met andere woorden, een rammelaar was veel meer dan alleen speelgoed.

Alhoewel 'heidens bijgeloof' fel door de kerk werd bestreden, zie we dat na de Reformatie de rammelaar met inbegrip van afwerende materialen, belletjes en het motief van de granaatappel een weg naar de calvinistische burgerij vindt. Volgens Keijser hield dit mogelijk ook verband met de studie van het Oude Testament in deze kringen en de Bijbelse origine van de rammelaar. Zo bestudeerde hij de opmerkelijke overeenkomst tussen rammelaars en de 'siertorens' ook rimmoniem (granaatappels) genoemd die in de joodse traditie de heilige wetsrol, de Tora, bekronen. Als oeroud symbool wordt de granaatappel bij herhaling in de Bijbel genoemd als één van de zeven vruchten waarmee het land Israel gezegend is (Deuteronomium 8:8) en als belangrijk motief in joodse kunst in de oudheid. Zo sierden het motief van de granaatappel, afgewisseld door belletjes de onderzomen van de kleding van de Hogepriester om hem te beschermen als hij het heiligdom van de Tabernakel betrad (Exodus 28:33-34) en sierden granaatappels de kapitelen van de Tempelzuilen (1 Koningen 7:42). Hiernaast vervulde de granaatappel mogelijk ook een ceremoniële functie in de Tempeldienst.

Deze granaatappel (zie afbeelding) uit de collectie van het Israel Museum is gemaakt van ivoor en 4,3 cm hoog. Een gat in de onderkant leidde tot de overtuiging dat deze granaatappel mogelijk ooit op een stok of staf was geplaatst. De paleo-Hebreeuwse inscriptie is niet compleet, maar werd gereconstrueerd als: "Heilig geschenk voor de Priesters van het Huis van God" en dateert uit het midden van de 8e eeuw voor onze jaartelling, wat leidde tot de interpretatie dat mogelijk scepters in de vorm van een granaatappel deel uitmaakten van de riten van de Priesters in de Tempel van Jeruzalem. Meer recent onderzoek trok de authenticiteit van de inscriptie evenwel in twijfel, terwijl andere wetenschappers deze als authentiek verklaarden. Voor de dicussie en het rapport uit 2008, klik hier

Zijn collectie en jarenlang onderzoek werden door H. Keijser nagelaten aan de Stichting Keijser. Keijsers onderzoek -dat nog niet voor publicatie gereed was- wordt in de komende jaren verder op deze website gepubliceerd.
contact | privacy | voorwaarden | colofon